VRAAG 4: Hoeveel panelen heeft u in feite nodig?

Je wilt zonnepanelen? Dat is al goed!

Maar hoeveel is optimaal?
Dat hangt af van je stroomverbruik, de opbrengst van de zonnepanelen en hoeveel plaats je hebt voor het installeren van de panelen.

Het meest optimaal is als je precies genoeg zonnepanelen hebt om je totale jaarlijkse stroomverbruik mee op te wekken.

Om te bepalen hoeveel zonnepanelen voor jou optimaal zijn, moet je dus weten:

  • Het vermogen in wp van de aan te schaffen zonnepanelen.
  • Je jaarlijkse elektriciteitsverbruik.

Bereken zelf het aantal zonnepanelen

Een goede installateur kan een behoorlijk precieze opbrengstverwachting voor jouw dak bepalen, maar voor een eerste inschatting van het aantal panelen dat je nodig hebt gebruik je de formule:
(jaarlijks elektriciteitsverbruikverbruik x 1,1) gedeeld door (het vermogen van 1 paneel in wattpiek).

Voorbeeld: (voor een particulier)

  • Je jaarlijks stroomverbruik is 3600 kWh.
  • Je leverancier heeft zonnepanelen van 300 Wp in de aanbieding.
  • Daarvan heb je er dan 3600 x 1,1 = 3960 gedeeld door 300 = 13,2 nodig.

Omdat de opbrengst van zonnepanelen jaar op jaar verschilt, en in de loop der jaren langzaam iets achteruit gaat,
zou je bijvoorbeeld voor 14 panelen kunnen kiezen als die op je dak passen.

Benodigd aantal zonnepanelen

Hoeveel panelen je ongeveer nodig hebt hangt af van het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek (Wp, zie onder) en zie je in deze tabel:

Gewenste jaarlijkse opbrengst (kWh) Aantal zonnepanelen van 270 Wp per stuk Aantal zonnepanelen van 300 Wp per stuk
1000 4 4
2000 8 7
3000 12 11
4000 16 15
5000 20 18

Het vermogen van de zonnepanelen in wattpiek

Het vermogen van zonnepanelen wordt uitgedrukt in wattpiek (Wp).
Dat is het (maximale) piekvermogen dat het zonnepaneel opwekt onder standaard laboratoriumcondities.

De meeste zonnepanelen hebben een formaat van 1 meter bij 1 meter 70. met 270-300-330 Wp vermogen.
Panelen met extra hoge vermogens zijn veelal iets groter.

Bereken de jaaropbrengst van zonnepanelen

In België geldt de volgende vuistregel:

De jaaropbrengst van zonnepanelen in kilowattuur (kWh) bedraagt 90% van de capaciteit van het systeem in wattpiek.

Voorbeeld:

10 panelen van 270 Wp leveren dus zo'n 0,9 x 10 x 270 = 2430 kWh op

In kustgebieden waar de energieproductie wat hoger is, zal dit iets meer zijn.
Koele temperaturen zijn ook gunstig, want zonnepanelen presteren bij dezelfde hoeveelheid zonlicht beter als ze kouder zijn.

Als de panelen niet op het zuiden, maar ongeveer op zuidoost of zuidwest liggen kun je voor de zekerheid beter 10% meer panelen leggen.

Zonnepanelen oost-west

Ook gericht op het westen en oosten zijn zonnepanelen zeker lonend. Niet voor niets worden veel grootschalige zonneparken al in een zogenaamde 'oost-west-opstelling' geplaatst,
waarbij de helft van de panelen op het westen en de andere helft op het oosten gericht is. Ook gevelpanelen passen op Oost - en West oriëntatie!
Zo wordt de opbrengst van het systeem veel gelijkmatiger over de dag verspreid, in plaats van vooral rond een flinke piek in de middag.
De zon komt immers op in het oosten, staat als hij het hoogst staat (en dus het felste schijnt) in het zuiden en gaat weer onder in het westen.

De zonnepanelen belasten op deze manier het elektriciteitsnet minder. In de toekomst, bij dynamische energietarieven,
kan stroom die je 's ochtends of 's avonds terug levert meer waard worden dan stroom die je in de middag op het net zet.
Ook ben je midden op de dag misschien minder vaak thuis, en stroom vooral gebruiken op het moment van opwekken zal ook steeds gunstiger worden.